Specialist in arbeidsrecht

Procederen

Bevoegde rechter

De kantonrechter is in beginsel bevoegd om zaken betreffende de (collectieve) arbeidsovereenkomst te behandelen, artikel 93 sub c Rv. Een uitzondering geldt voor vorderingen betreffende de overeenkomst tussen de vennootschap en de statutair bestuurder. De rechtbank binnen het rechtsgebied waar de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt hier kennis van, artikel 2:131 en 2:241 BW.

Relatief bevoegd is de rechter van de woonplaats van de gedaagde, alsmede de rechter van de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt of laatstelijk werd verricht, artikelen 99 en 100 Rv.

Verzoekschriftprocedure

Gedingen die verband houden met het einde van de arbeidsovereenkomst, worden ingeleid met een verzoekschrift, artikel 7:686a lid 2 BW. Ook hiermee verband houdende vorderingen kunnen bij ditzelfde verzoekschrift worden ingediend, zoals blijkt uit artikel 7:686a lid 3 BW. Dankzij deze laatste bepaling kunnen bijvoorbeeld een loonvordering of een vordering verband houdend met een concurrentiebeding in dezelfde procedure worden behandeld als die waarin het (mogelijke) einde van de arbeidsovereenkomst wordt behandeld. Daarnaast worden een verzoekschrift verband houdend met het einde van de arbeidsovereenkomst, een daarmee samenhangende vordering in kort geding, of daarmee verband houdende verzoeken om een voorziening, in beginsel gezamenlijk behandeld.

Na het indienen van het verzoekschrift krijgt de gedaagde partij gelegenheid hierop te reageren door middel van een verweerschrift. In het verweerschrift kunnen ook tegenverzoeken worden opgenomen.

Uitgangspunt is dat binnen twee maanden na het indienen van het verzoekschrift een mondelinge behandeling plaatsvindt. In beginsel doet de rechter binnen vier weken na de mondelinge behandeling uitspraak. De verzoekschriftprocedure beslaat doorgaans dus ongeveer drie maanden, gerekend vanaf het moment van indiening van het verzoekschrift tot de uitspraak van de rechter.

Dagvaardingsprocedure

Houdt het geding geen verband met het einde van de arbeidsovereenkomst, dan dient het geding te worden ingeleid met een dagvaarding. Zo kunnen de hierboven genoemde voorbeelden van een loonvordering of een vordering verband houdend met een concurrentiebeding op zichzelf staan, zonder dat er een geding aanhangig is of wordt gemaakt dat verband houdt met het einde van de arbeidsovereenkomst.

Voor een dagvaarding gelden meer formele vereisten dan voor een verzoekschrift. Zo moet de dagvaarding worden betekend , waarvoor een deurwaarder nodig is. Daarnaast moet een aantal processuele en partijgerelateerde gegevens  in de dagvaarding zijn opgenomen op straffe van nietigheid. Na het indienen van de dagvaarding door eiser krijgt de gedaagde gelegenheid hierop te reageren door middel van een conclusie van antwoord. Hierin kan de gedaagde ook tegenvorderingen opnemen (eis in reconventie). De conclusie van antwoord dient binnen zes weken, en in kantonzaken binnen vier weken, na dagvaarding te worden ingediend. Vaak wordt op verzoek echter een uitstel van een extra vier weken verleend. Vervolgens zal de rechtbank meestal een comparitie van partijen inplannen. Deze zitting vindt doorgaans een aantal maanden na ontvangst van de schriftelijke stukken plaats. De rechter kan na de zitting eindvonnis wijzen, maar het is ook mogelijk dat eerst een tussenvonnis wordt gewezen waarin bijvoorbeeld wordt verzocht om nadere bewijslevering.

Een dagvaardingsprocedure duurt vanaf het moment van dagvaarden al snel langer dan een half jaar en kan zelfs jaren duren. De totale duur hangt onder meer af van de complexiteit van de zaak.

Kort geding procedure

De kort geding procedure is een dagvaardingsprocedure voor spoedeisende zaken waarin een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt geëist. De eiser zal moeten onderbouwen dat er sprake is van een spoedeisend belang. In arbeidszaken is naast de kantonrechter ook de voorzieningenrechter bevoegd in kort geding.

Nadat de eiser de (concept)dagvaarding heeft ingediend, zal de rechter een zittingsdatum bepalen die vaak al binnen twee weken na indiening zal zijn. Vervolgens dient de eiser deze datum aan de gedaagde door te geven en moet de dagvaarding aan de gedaagde worden betekend. De gedaagde kan tot 24 uur voor de zitting een conclusie van antwoord indienen, mogelijk tevens inhoudende een eis in reconventie. De rechter doet doorgaans binnen twee weken na de zitting uitspraak.

Hoewel de kort geding procedure een snelle procedure is, is de keerzijde dat de rechter alleen een voorlopig oordeel kan nemen over het geschil: er volgt geen definitieve beslissing. Zo kan een overeenkomst niet worden ontbonden of vernietigd in een kort geding, noch kan de rechter formele vaststellingen doen.

Contact

Meer weten over of een procedure bij de rechter nodig is en welke procedure passend is? WAL Legal helpt u graag verder. Neem gerust contact met ons op.