Specialist in arbeidsrecht

Coronacrisis geen reden voor ontslag met onmiddellijke ingang

ECLI:NL:RBAMS:2020:4266
Datum uitspraak: 1 september 2020

Rechtspraak

Een financiële penibele situatie als gevolg van de Coronacrisis betekent niet dat een arbeidsovereenkomst per direct kan worden beëindigd.

Zo oordeelde de rechtbank Amsterdam op 1 september 2020. Een ontslag met onmiddellijke ingang kwalificeert als een ontslag op staande voet. Hiervoor is een dringende reden vereist. Overmacht door de Coronacrisis valt hier niet onder. Dit betekent dat het ontslag in strijd met de wet is gegeven en daarmee vernietigbaar is.

In dit geval legde de werknemer zich neer bij het ontslag: hij wilde niet werkzaam blijven bij de werkgever. Hij verzocht in plaats daarvan verschillende vergoedingen. Zowel de vergoeding voor de onregelmatige opzegging (het beëindigen van de arbeidsovereenkomst zonder inachtneming van de opzegtermijn) als de transitievergoeding zijn toegewezen. Omdat een ontslag op staande voet dat niet voldoet aan de wettelijke regels ernstige verwijtbaarheid van de werkgever oplevert, maakte de werknemer aanspraak op een billijke vergoeding. Deze werd op nihil gesteld. De onvoorziene wijziging van omstandigheden door de Coronacrisis, de hierdoor veroorzaakte slechte financiële situatie van de werkgever, het korte dienstverband van de werknemer en de aan hem toegekende WW-uitkering lagen hieraan ten grondslag.

Kortom: de Coronacrisis is geen reden om van het gesloten ontslagstelsel af te wijken. Komt de werkgever in financiële moeilijkheden en bieden de noodmaatregelen geen soelaas, dan kan het UWV worden verzocht om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Een alternatief is te pogen de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen.

Publicatiedatum: 23 september 2020