Specialist in arbeidsrecht

Slapend dienstverband opnieuw wakker geschud

ECLI:NL:RBGEL:2019:3440, Werkneemster/Stichting Menzis Beheer
Datum uitspraak: 29 juli 2019

Rechtspraak

Slapend dienstverband

Na twee jaar arbeidsongeschiktheid van de werknemer kan de werkgever toestemming vragen aan het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Geeft het UWV deze toestemming, dan kan de werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen en is hij de werknemer de transitievergoeding verschuldigd. Om betaling van de transitievergoeding te voorkomen, komt het voor dat een werkgever ervoor kiest om de arbeidsovereenkomst in stand te laten. Dit wordt ook wel een ‘slapend dienstverband’ genoemd.

Wet Compensatieregeling Transitievergoeding

In de rechtspraak en literatuur is veel te doen geweest over slapende dienstverbanden. De vraag die wordt gesteld, en verschillend wordt beantwoord, is of het slapend houden van een dienstverband door een werkgever in strijd is met het goed werkgeverschap. De kantonrechter Roermond heeft hierover op 10 april 2019 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad.

Deze discussie is nieuw leven ingeblazen met de Wet Compensatieregeling Transitievergoeding die per 1 april 2020 in werking zal treden. Op grond van deze wet kan de werkgever de kosten van de transitievergoeding, zoals uitbetaald na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, terugkrijgen van het UWV. Deze compensatieregeling geldt voor transitievergoedingen die op of na 1 juli 2015 zijn betaald. Dat de werkgever gecompenseerd zal worden voor de transitievergoeding na opzegging van de arbeidsovereenkomst op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid, vormt een extra argument dat het níet opzeggen in strijd is met het goed werkgeverschap.

Kantonrechter Arnhem: het slapend houden van het dienstverband is in strijd met het goed werkgeverschap

Op 29 juli 2019 oordeelde de kantonrechter te Arnhem over het in stand houden van de arbeidsovereenkomst door de werkgever ondanks langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

Feiten

De werkneemster is sinds 5 augustus 2015 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Om die reden is in augustus 2017 aan haar een IVA-uitkering toegekend. De werkneemster heeft haar werkgever, Menzis, een aantal keer verzocht de arbeidsovereenkomst op te zeggen onder uitbetaling van de transitievergoeding. Menzis heeft daarop te kennen gegeven hiertoe niet bereid te zijn. De arbeidsovereenkomst zal (als deze niet eerder eindigt) van rechtswege eindigen zodra de werkneemster de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Dit zal op 18 november 2019 het geval zijn.

De werkneemster start een kort geding procedure waarin zij vordert Menzis te bevelen de arbeidsovereenkomst op te zeggen door middel van het indienen van een verzoek daartoe bij het UWV en onder toezegging van de transitievergoeding.

De beoordeling

De kantonrechter overweegt dat in de Wet Compensatieregeling Transitievergoeding, noch elders in de wet, een verplichting voor werkgevers is opgenomen om een slapend dienstverband te beëindigen en tot uitbetaling van de transitievergoeding over te gaan. Dit laat onverlet dat dit nalaten onder omstandigheden in strijd kan zijn met het goed werkgeverschap. Daarvan is in dit geval sprake, aldus de rechter. De omstandigheden die daarbij in aanmerking worden genomen, zijn de volgende:

  • Werkneemster is 35 jaar in dienst bij Menzis;
  • Zij is begin 2015 arbeidsongeschikt geworden als gevolg van een ernstige, progressief verlopende ziekte;
  • Kans op verbetering of herstel is uitgesloten;
  • Als gevolg van de ziekte leeft de werkneemster in een groot (sociaal) isolement.

Op grond van deze omstandigheden heeft de werkneemster groot belang bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst, omdat zij dan aanspraak heeft op de transitievergoeding. Daarnaast geldt dat Menzis geen belang heeft bij het slapend houden van het dienstverband.

De kantonrechter overweegt ten slotte dat, als werkgevers hierin de vrije keus zou worden gelaten, werkgevers de arbeidsovereenkomsten met langdurige en duurzame werknemers niet zullen opzeggen, omdat de werkgever hier geen enkel belang bij heeft. Het risico zou dan bestaan dat het recht op een transitievergoeding voor deze werknemers illusoir wordt.

Gezien de specifieke omstandigheden van dit geval, acht de kantonrechter het in strijd met het goed werkgeverschap om de arbeidsovereenkomst niet op te zeggen en zo betaling van de transitievergoeding te vermijden. Menzis wordt veroordeeld om binnen 48 uur na betekening van het vonnis een verzoek in te dienen bij het UWV waarin toestemming wordt verzocht om de arbeidsovereenkomst met werkneemster op te zeggen, onder toezegging van betaling van de transitievergoeding.

Conclusie

Zoals de kantonrechter Arnhem terecht opmerkt, wordt er verschillend geoordeeld in situaties waarin het dienstverband slapend wordt gehouden. Het blijft daarom de vraag in hoeverre rechters geneigd zullen zijn om de werkgever te verplichten de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer te beëindigen en de transitievergoeding toe te zeggen. Het blijft dan ook wachten op de Hoge Raad.

Publicatiedatum: 30 juli 2019